Wie “quartiers nords” intikt, komt soms bij Parijs (La Chapelle) of bij de Brusselse Noordwijk terecht. Hier gaat het uitsluitend om de quartiers nords van Marseille: de noordelijke wijken van de grote havenstad in de Provence. De naam heeft in Frankrijk een zware bijklank gekregen, maar achter dat etiket schuilt een veel gevarieerder gebied dan de krantenkoppen doen vermoeden.
Wat zijn de quartiers nords van Marseille?
Met quartiers nords bedoelt men de wijken ten noorden van het centrum, rond de Canebière en het Vieux-Port. Een officiële grens bestaat niet, maar meestal gaat het om het 13e tot en met 16e arrondissement. Samen vormen die ruwweg een kwart tot een derde van de bevolking van Marseille. In de volksmond rekent men er soms ook delen van het 2e en 3e arrondissement bij, zoals Belle-de-Mai.
De noordelijke wijken zijn dus geen uniek blok, maar een lappendeken. Je vindt er oude vissersdorpjes, voormalige industriewijken, heuvelachtige woonbuurten met villa’s en grote sociale woonwijken. Het woord verwijst in het dagelijks taalgebruik vooral naar die laatste categorie, de cités.
| Arrondissement | Bekende wijken | Karakter |
|---|---|---|
| 13e arrondissement | Château-Gombert, Malpassé, Saint-Jérôme | Universiteitscampus, technopool en grote woonwijken |
| 14e arrondissement | Merlan, Saint-Barthélemy, Les Flamants | Dichtbevolkt, veel sociale woningbouw |
| 15e arrondissement | Les Aygalades, La Viste, Saint-Louis | Heuvels, markten en cités |
| 16e arrondissement | L’Estaque, Saint-Henri, Saint-André | Kust, haven en vissersdorp |
Geschiedenis en ontstaan van de noordelijke wijken
De noordelijke wijken groeiden vanaf de negentiende eeuw met de industrie van Marseille. In L’Estaque draaiden tegel- en bakstenenfabrieken, rond de havenbekkens werkten arbeiders in zeepfabrieken, suikerraffinaderijen en scheepswerven. Wie er kwam werken, vestigde zich in de buurt, eerst vooral Italianen en Armeniërs, later ook mensen uit Spanje, Noord-Afrika en de Comoren.
Na de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheid van Algerije kwam er een tweede golf. Duizenden gezinnen moesten snel gehuisvest worden, en op de heuvels aan de rand van de stad rezen tussen de jaren vijftig en zeventig de grands ensembles op: grote complexen met sociale huurwoningen. Zulke woonwijken werden gebouwd voor repatrianten uit Algerije en voor arbeiders, met nieuwe immigratie uit het Maghreb als gevolg. Ze lagen echter ver van het centrum en slecht verbonden met de rest van de stad.
Toen de zware industrie en de haven vanaf de jaren zeventig banen verloren, bleven veel van die wijken met een gebrek aan werk en voorzieningen zitten. Daar ligt de wortel van de huidige sociale problematiek, veel meer dan in de bewoners zelf.
Wijken en plekken om te bezoeken

De bekendste bestemming is L’Estaque, in het 16e arrondissement. Dit voormalige vissersdorp aan de baai inspireerde Cézanne, Braque, Derain en Renoir, en het straatbeeld met de kleurrijke huisjes en de haventjes is nog steeds pittoresk. Proef er de lokale specialiteiten: de chichi frégi (gefrituurde deegslierten) en de panisses (kikkererwtenfrietjes) zijn een begrip.
Belle-de-Mai ligt eigenlijk net binnen het 3e arrondissement, vlak bij het station Saint-Charles. De wijk is vooral bekend om La Friche de la Belle de Mai, een voormalige tabaksfabriek die is omgebouwd tot cultureel centrum met tentoonstellingen, ateliers en een dakterras met uitzicht over de stad. Het is een van de makkelijkste manieren om kennis te maken met het noordelijke Marseille.
De meeste cités in het 13e, 14e en 15e arrondissement zijn geen toeristische bezienswaardigheden, maar gewone woonwijken. Wie er een kijkje wil nemen, doet dat het best tijdens een rondleiding met een lokale organisatie of met een bewoner. Het markante landschap van heuvels en zeezicht is ook gewoon te ontdekken vanaf wandelroutes langs de Côte Bleue.
Economie, criminaliteit en beeldvorming
De werkloosheid ligt in veel noordelijke wijken ver boven het gemiddelde van de stad, en een groot deel van de bewoners leeft onder de armoedegrens. Daarom vallen veel buurten onder de quartiers prioritaires, gebieden die extra steun krijgen in het kader van de politique de la ville. Die steun gaat naar renovatie van gebouwen, scholen, vervoer en buurtwerk, al komen de resultaten traag.
Tegelijk zijn er ook economische lichtpunten. Rond Château-Gombert zit een technologiepool met bedrijven en een universiteitscampus, en de havenactiviteiten in het noorden blijven een belangrijke werkgever. Het beeld van één grote probleemzone klopt dus niet.
Wat wel waar is: het narcotrafic heeft in sommige cités diepe sporen nagelaten, met schietpartijen en afrekeningen die regelmatig het nationale nieuws halen. Toch betreft die criminaliteit een kleine groep, en de meeste bewoners worstelen vooral met hetzelfde als elders: werk, onderwijs en betaalbaar wonen. Door de zware mediabelangstelling is het imago van de noordelijke wijken veel negatiever dan de dagelijkse realiteit voor wie er woont.
Cliché of realiteit: “heel Noord-Marseille is gevaarlijk”
Het cliché gaat voorbij aan de grote verschillen tussen de wijken, en de veiligheid per noordelijke wijk laat dat goed zien. L’Estaque is een rustig kustdorp, Château-Gombert een studentenwijk, terwijl alleen sommige cités te maken hebben met drugsnetwerken. Neem dus niet het hele gebied als één geheel.
Praktisch: hoe de noordelijke wijken bereiken en combineren met de rest van Marseille

Vanuit het centrum is L’Estaque goed bereikbaar met de TER vanaf het station Saint-Charles, een rit van een kwartiertje, of met de bus langs de haven. Belle-de-Mai ligt op loopafstand van datzelfde station. Voor wijken verder landinwaarts, zoals Saint-Jérôme of Château-Gombert, neem je de metro of de tram, gevolgd door een korte busrit. Meer over de bereikbaarheid van de noordelijke wijken lees je in ons aparte artikel.
Je kunt een bezoek aan de noordelijke wijken makkelijk combineren met de rest van Marseille. Begin ’s ochtends in Belle-de-Mai of L’Estaque, wandel daarna langs het Vieux-Port en de Canebière, en pak ’s middags de boot naar het eiland Frioul en het Château d’If. Wie meer tijd heeft, vervolgt de reis naar de Calanques in het zuiden. Vliegtuigreizigers landen trouwens in het noordwesten, op Marseille-Marignane, en rijden dus zelf al door de noordelijke rand van de stad.
Gebruik gewoon gezond verstand, zoals in elke grote stad: laat waardevolle spullen niet zichtbaar liggen en bezoek de minder toeristische buurten bij daglicht. Met die houding blijft een uitstapje naar het noorden van Marseille een mooie manier om de stad van een andere kant te leren kennen.